Boris Dittrich in New York

0 Flares 0 Flares ×

Boris Dittrich. Noem een politicus die meer voor elkaar kreeg tijdens zijn jaren in de Tweede Kamer. Het homohuwelijk, spreekrecht voor slachtoffers en nabestaanden in de rechtszaal, DNA-onderzoek in strafzaken – ik noem maar enkele wetsvoorstellen die dankzij hem tegenwoordig als vanzelfsprekend worden beschouwd in de Nederlandse samenleving. Vooral met laatstgenoemde ben ik persoonlijk erg blij; zonder de wetsverruimingen was er in moordzaken als die van Marianne Vaatstra, Milica van Doorn en Nicky Verstappen nooit een DNA-match geweest.

Op zaterdag 13 oktober sprak ik Dittrich op een Amsterdams terras. De thermometer tikte over de 25 graden – ongekend voor de tijd van het jaar. Het gesprek ging niet over zijn successen in Den Haag, maar over de jaren die volgden op zijn parlementaire carrière. Van begin 2007 tot half 2013 woonde en werkte de mensenrechtenactivist en schrijver in New York. “Een droom kwam uit.”

Living the dream:

Boris Dittrich in New York

We spreken af op het terras van Café MADS, op de Westelijke Eilanden, een aangenaam half uurtje wandelen van het centraal station. Dittrich kent de buurt goed; zijn echtgenoot is kunstenaar en heeft al jaren een atelier in de buurt. Boris Ottokar Dittrich (Utrecht, 21 juli 1955) groeide op in Utrecht en Zeist, maar werd na zijn studie Rechten een Amsterdammer. Twaalf jaar lang werkte hij in het buitenland, nu lijkt hij definitief terug te keren naar het oude nest; in maart hoopt hij namens D66 verkozen te worden in de Eerste Kamer. “Al die jaren buiten Nederland hebben mijn blikveld verruimd. Ik ben Amsterdam opnieuw gaan waarderen toen ik weg was. Op de fiets langs de grachten, dat is echt uniek. Een wandeling op een mooie zondagochtend… Amsterdam is net een groot dorp, ik ken hier veel mensen.”

Boris Dittrich werd vijftig in 2005. “Ik was fractievoorzitter in de Tweede Kamer, waar ik al werkte sinds 1994. Ik ging rond die tijd goed nadenken over wat ik nu nog wilde. Had ik nog dromen? Nou, die had ik zeker. Ik wilde heel erg graag nog eens wonen en werken in New York City. Iets gaan doen met mensenrechten. Al vanaf mijn eerste bezoek aan het land was ik verknocht aan Amerika en ik ben er altijd veel blijven komen, ook voor mijn werk. Maar daar wonen en werken, dat is toch van een andere orde. Als kunstenaar is mijn man vrij flexibel, die wilde ook wel. En zoals dat soms gaat, was er vrij plotseling een perfecte vacature voor mij.” Een vriend wees hem op de functie Global Advocacy Director bij Human Rights Watch, een internationale mensenrechtenorganisatie. Dittrich kon er gaan strijden voor de rechten van mensen binnen de LGBT-community (Lesbian, Gay, Bisexual en Transgender). Hoofdkantoor: drie verdiepingen in het Empire State Building. En dat was heel toevallig.

Een jaar studeren in Amerika

Als scholier in Zeist had Boris Dittrich maar één droom. In Amerika wonen. Het waren de beginjaren zeventig, de Verenigde Staten moesten nog bijkomen van de roerige jaren zestig en met Vietnam en het Watergate-schandaal van Nixon was het nog allerminst rustig aan de andere kant van de Atlantische Oceaan. Een klasgenoot was het gelukt om iets te regelen: een jaar studeren in Amerika, wonen bij een gastgezin. “Dat wilde ik ook wel! Zelfstandigheid trok me aan, maar vooral dat grote land. Ik toog naar de bibliotheek, om uit te zoeken hoe dat zat met dat jaartje studeren. Er bleek een stichting te zijn die beurzen verstrekte aan Europese jongeren. Zo creëerde men jonge ambassadeurs, die na terugkomst het leven in de Verenigde Staten konden bewieroken. Het Fulbright Center bestaat nog steeds.”

In 1974 lukt het hem om zo’n beurs te krijgen. Dittrich is dan achttien jaar oud. “Het werd Denison University, in het plaatsje Granville, dichtbij Columbus, Ohio. Ik was ongelooflijk blij dat ik was aangenomen. Ik zal je over mijn eerste ervaring vertellen. Ik dacht dat mijn Engels toch wel goed op niveau was, na zes jaren gymnasium. Toen ik op het vliegveld in New York een wc zocht, zag ik alleen maar overal restrooms. Ik vond dat gek, waarom moeten al die mensen toch rusten? Ik had een ‘double u – cie’ nodig. Daar stond ik dan met al mijn wijsheid.” De omgeving van Granville bleek prachtig. Een heuvelachtig landschap, veel paardenfokkerijen. “Ik ben er een vol jaar geweest en heb genoten van het leven op de campus. Ik had er een kamer, samen met een roommate. Het was een witte universiteit, alleen maar welgestelde kinderen. Dat was op dat moment mijn beeld van Amerika.”

Wie denkt dat het bleef bij dat eenzijdige beeld, heeft het mis. Dittrich zag dat schooljaar meer van de Verenigde Staten. “Ik heb veel gereisd. We hebben bijvoorbeeld gelift naar Florida, hadden een gastgezin bij Cape Canaveral. Het was januari, maar daar hadden we natuurlijk heerlijk weer. In de zomer gingen we de andere kant op, weer liftend, nu met San Francisco als einddoel. Colorado, Reno, Las Vegas, Californië – we hebben genoten van het land. En dan weer liftend terug, of stukken met een bus van Greyhound. En dan zie je ineens ook wel een ander stukje Amerika. Armoede, drugs, alcohol… Veel treurnis. Het waren de jaren zeventig, mensen waren verslaafd aan heroïne. Wat een verschil met die veilige cocon in Ohio, vol met wat we nu privileged white kids zouden noemen.”

“En dan was er de reis naar New York”, straalt Dittrich. Hij vindt het zichtbaar mooi om Amerikaanse herinneringen op te halen. “We gingen met vijf studenten in een auto, acht uur rijden vanuit Ohio. Het New York City van die tijd is natuurlijk niet te vergelijken met de stad veertig jaar later. Er waren veel zwervers en onveilige buurten. Met de metro moest je ’s avonds niet reizen, in het park kon je na zonsondergang maar beter wegblijven. Burgemeester Rudy Giuliani heeft er later echt veel goed werk gedaan. Een complete gedaanteverwisseling van een stad die bijna failliet was. Soho, Lower East Manhattan, Harlem… Allemaal wijken die er nu mogen zijn. De stad leeft, het is een commercieel succes. Nou, daar was geen sprake van in 1975. We hebben veel gezien in die dagen. Washington Square vond ik direct fantastisch, het kloppende hart van Greenwich Village. En we gingen het Empire State Building op. Het was een heldere dag, we konden heel ver kijken. Zo indrukwekkend… Het was op dat moment heel duidelijk voor mij. Hier wilde ik ooit wel wonen en werken. Ik had nooit durven voorspellen dat ik in hetzelfde gebouw ooit mijn kantoor zou hebben.”

Wonen en werken in New York

Uitzicht vanuit zijn werkkamer in het Empire State Building.

Na het jaartje Amerika studeerde Dittrich in Nederland, erna begon zijn carrière als advocaat, rechter en politicus. “Ik bleef dromen over Amerika. Niet dat ik kritiekloos was en ben, maar ik ben wel een fan van het land. Ik kwam er geregeld, privé en als lid van de Tweede Kamer. Zo hebben we eens een stage gehad bij de Verenigde Naties. Ergens in 2006 wees een vriend me op de baan die mij op het lijf geschreven was. Human Rights Watch, de rechten van lhbt’ers in de wereld bepleiten, vooruitgang boeken. En dan ook nog vanuit de stad van mijn dromen, New York City. Ik solliciteerde en kreeg de baan. De organisatie was de grootste huurder van het Empire State Building, we hadden drie etages. Huren was er goedkoop, vijf jaar na 9/11. Niemand wilde huren in wat toen Empty State Building werd genoemd. Ik zou vanuit mijn werkkamer een uitzicht krijgen op Central Park. Ooit stond ik er te dromen op het dak, nu werkte ik er. Pleegde ik telefoontjes terwijl ik over 5th Avenue tuurde.”

Een baan vinden was hem gelukt, nu de woning nog. “Ik moest eerst mijn visum regelen, daarna had ik in februari 2007 een week de tijd om een appartement te vinden. Dat gebeurde op een heel bijzondere manier. Ik zat op een bankje op het plein waar ik al in de jaren zeventig van hield, Washington Square, Greenwich Village. Het was een koude zondagochtend, ik genoot van de prachtige blauwe lucht en mijn beker van Starbucks. Ik was aandachtig een boek aan het lezen en wilde erna de New York Times kopen, op zoek naar advertenties van de woningmarkt. Op een gegeven moment werd ik aangesproken door een zwerver. We hadden het over mijn zoektocht, en ik vertelde hem dat deze buurt mij wel aanstond. Toen we uitgepraat waren, vroeg hij om wat kleingeld. Ik gaf hem een dollar. Een half uur later tikt hij me ineens op mijn schouder. Hij had een woning voor me gevonden, zei hij. Die ene dollar bleek een geweldige investering. Het was op Waverly Place en ik moest er maar eens gaan kijken. Ach, het was in de buurt, even kijken kon geen kwaad. Ik vond er een mooi appartement met twee kamers, maar de verhuurder had slecht nieuws. Het zou pas in mei beschikbaar komen. Voor mij was dit het best denkbare nieuws; mijn baan begon pas in die maand. De timing was perfect. Zo veel toeval, bijna niet te geloven. We hebben er een jaar heerlijk gewoond.”

Long Island City; ze woonden in het gebouw achter de woorden Pepsi Cola.

Dittrich en zijn man betaalden zo’n 4.000 dollar huur per maand, een jaar later was er een forse stijging en moesten ze 4.700 dollar betalen. “Dat was het ons niet waard”, schampert hij. “We kwamen er al gauw achter dat je voor 4.000 dollar gewoon niet veel hebt op Manhattan. We weken uit naar Long Island City, in het stadsdeel Queens. Slechts één halte buiten Manhattan, aan de andere kant van East River, en die ene halte doet veel met de huurprijs. Het is een psychologische barrière, je woont net niet op Manhattan. Maar je hebt wel dat prachtige uitzicht op de skyline. We hadden een groot balkon, het was net een film van Woody Allen. Iconisch, nóg leuker, voor een betere prijs en nog lekker rustig ook, na een hectische dag op het werk. We hebben er vijf jaar gewoond. In totaal hebben we uiteindelijk zes jaar van New York genoten.”

Het werkvisum liep af en in het Amerikaans burgerschap had Dittrich geen trek. “We sloegen weer aan het nadenken. Mijn man was als kunstenaar wel nieuwsgierig naar Berlijn. Ook veel New Yorkse kunstenaars waren al naar die stad getrokken, de nieuwe kunsthoofdstad van de wereld. Dus dat werd ons nieuwe leven: wonen en werken in Berlijn. Ik ging er werken op het Duitse kantoor van Human Rights Watch. De deur ging dicht, we stapten weer het vliegtuig in. Met weemoed? Dat valt wel mee. We hadden er vrede mee. We hebben onze droom doorleefd, het was tijd voor een nieuw avontuur. We blijven in Amerika komen als toeristen, ik heb de stad na ons verblijf nooit gemist. Uiteindelijk was het van onschatbare waarde, ook voor mijn zelfvertrouwen. Dat ik het ooit zo graag wilde en dat het uiteindelijk is gelukt. Geweldig.”

Een andere cultuur

Wie in New York werkt, maakt lange dagen, dat is genoegzaam bekend. Dittrich haalt zijn schouders op. “Hard werken was ik in Den Haag wel gewend. Ik werkte in Amerika zelfs minder uren dan in Nederland. Wel moest ik wennen aan de taal. Die heb ik echt moeten bijspijkeren. Mijn publicaties en columns moesten in het Engels, ik moest op televisie pleiten in die taal… Dat blijft toch even lastig in dat specifieke beroep dat ik beoefende. Ik maakte al snel mee dat er grote verschillen zijn tussen de cultuur in Nederland en Amerika. In het begin kreeg ik spreektijd bij een grote vergadering. Het ging over een rapport en ik wilde opbouwende kritiek geven op z’n Nederlands; me meteen even goed laten gelden. Het was even stil toen ik klaar was met mijn verhaal. Na mij sprak een Amerikaan en die begon het rapport op z’n Amerikaans te loven. ‘I lovooooved it’, je kent het wel. Heel overdreven. Maar wel erna: ‘To make it even better, I would….’ Ik leerde er meteen veel van. Wij zijn heel direct, tot het botte af. Een gouden ervaring: ik moest worden als Amerikanen. Positiever. Iets is geweldig, maar het kan altijd een tandje beter. Eigenlijk ben ik heel erg gecharmeerd van die zienswijze. Het heeft mijn ogen geopend.”

Boris Dittrich in New York

In Bryant Park met Jeroen van Kwawegen, mede-oprichter van D66 USA.

“We zijn er natuurlijk veel op uitgetrokken in die zes jaar. Theaters, restaurants, we hebben er veel gezien. Maar uiteindelijk vind je toch je eigen fijne plekken en ga je minder vaak nieuwe plekken ontdekken. Times Square heb ik altijd vermeden, ik heb een hekel aan die drukke plek. Geef me dan maar Brooklyn, en in het bijzonder de wijk Williamsburg. Eén van mijn boeken heb ik daar laten plaatsvinden. Als echte Hollander heb ik er ook veel gefietst. Ik ben ontzettend vaak gefotografeerd – een man strak in pak op de fiets, zo vaak zagen ze dat daar niet. Daar ging ik dan met mijn aktetas, die heuvel van 5th Avenue af. Zonder helm, natuurlijk. En dan die automobilisten weer nijdig… We hebben er trouwens ook nog een afdeling van D66 opgericht. Die bestaat nog steeds, heeft zo’n zestig leden. Alexander Pechtold was bij de officiële openingshandeling. Een stukje Nederland op Manhattan, de PvdA en VVD hebben het ook. We hebben vaak activiteiten georganiseerd met de drie afdelingen, heel gezellig. En dan een straalverbinding bij verkiezingen; als ze het slotdebat begonnen tegen middernacht in Nederland, was de werkdag bij ons net afgelopen. Die politieke avonden waren echt heel leuk. Ken je mijn partijgenoot Eelco Keij? Die woonde toen ook in New York. Zijn politieke werk heeft nog geleid tot enkele belangrijke passages in het regeerakkoord van vorig jaar, over dubbele nationaliteit. Heeft hij vanuit New York geregeld.”

Een nieuw leven

Het werk voor Human Rights Watch bracht hem overal in de wereld. “In Amerika ben ik natuurlijk ook overal geweest. We zaten veel in Chicago, Los Angeles en San Francisco, ook in Washington DC natuurlijk. Ik ben nog gasthoogleraar geweest op Berkeley University, bij San Francisco in de buurt. En ook in die omgeving zitten al die bedrijven van Silicon Valley, waar ik onder meer toespraken heb gehouden bij Google. Wat een ongelofelijke rijkdom daar, terwijl in het centrum van San Francisco ook duizenden daklozen zijn. De awfully poor en de filthy rich, op een steenworp van elkaar.”

Boris Dittrich op het Binnenhof

Na twaalf jaar Human Rights Watch werd het tijd voor een nieuw hoofdstuk in het leven van Boris Dittrich. “De nieuwigheid was er vanaf. Ik wil meer gaan schrijven, meer rust, weer in Nederland zijn. En dan is er natuurlijk de hoop om volgend jaar in de Eerste Kamer te worden gekozen voor D66. Net als vroeger kan ik dan op en neer pendelen tussen onze woning nabij het Concertgebouw in Amsterdam, en het werk in Den Haag.”

Amerika zal hij zeker blijven bezoeken. “Weet je? Eigenlijk zijn er niet eens zo heel veel mooie steden. De natuur is wel prachtig. Woestijnen, Yosemite, de Grand Canyon, Yellowstone… Prachtige gebieden die ik vast nog wel eens opnieuw ga bezoeken. En ik zou wel meer willen zien van de zuidelijke staten.”

Maar eerst is er die heerlijke Amsterdamse zon in oktober. Grachten wachten om bewandeld te worden, nieuwe bestemmingen in Amerika moeten nog even geduld hebben. “Ik ben Amsterdam opnieuw gaan waarderen toen ik weg was”, zei Dittrich in het begin van het gesprek. Voor deze Brabander is het ook iedere keer weer heerlijk om in de hoofdstad te zijn en ik kan me de liefde voor Amsterdam goed voorstellen. Maar meer nog kan ik me vinden in zijn liefde voor de mooiste stad van deze wereld. New York City. In de trein zit ik later op de dag te mijmeren. Zou ik het ook willen en kunnen, daar wonen en werken? Het is mooi om te blijven dromen. Boris Dittrich heeft de zijne waargemaakt.


Dank Boris Dittrich, voor een fijn gesprek!

Author: Perry Vermeulen

Helmond, 1982. De veelzijdigheid, daar zit 't 'm in. De afwisseling tussen enorme vlaktes, kleine dorpen en wereldsteden. De mensen, de cultuur. Op je porch in Mississippi met je biertje en de blues, tussen de mensen op Times Square, genieten van Yosemite Valley. Amerika: ik zou er ieder jaar drie keer heen kunnen gaan. Ik heb nu zeven reizen gemaakt en 35 staten bezocht.

Share This Post On

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Email -- 0 Flares ×