John F. Kennedy in Nederland

0 Flares 0 Flares ×

Op zijn weg naar volwassenheid raakt de toekomstige president John F. Kennedy (Jack, voor vrienden) meer en meer geïnteresseerd in de wereldpolitiek. Zijn vader adviseert hem in de winter van 1936 om naar Europa te reizen nu het nog kan: een oorlog dreigt. Aan het eind van zijn eerste jaar op Harvard volgt Jack het advies op. Een interessante reis, te meer daar de toekomstige president ook Nederland aandoet; de eerste en laatste keer in zijn leven. Het zou een wervelende Grand Tour worden, schreef Historisch Nieuwsblad in 2003: een spoedcursus Europa. Vandaag precies 82 jaar geleden kwam hij bij Venlo ons land binnen. Een verslag over John F. Kennedy in Nederland.

John F. Kennedy in Nederland

Op 30 juni 1937 staat de twintigjarige op de kade in New York, met zijn eigen Ford en zijn trouwe vriend Lem Billings. De reis haalt zelfs een lokale krant in Pittsburgh, waar Billings vandaan komt: “Ze gaan drie weken naar Spanje, het door oorlog verscheurde land, om daar oorlogsomstandigheden te bestuderen.” Uiteindelijk zullen ze geen stap in Spanje zetten en duurt de trip uiteindelijk bijna vijftien weken. De SS Washington arriveert op 7 juli in Le Havre, Frankrijk. De Ford wordt ruw van het schip getakeld en blijkt vier gedeukte en gekraste spatborden te hebben. Het voertuig is in 1937 een hele bezienswaardigheid vanwege het invouwbare dak: cabrio’s rijden er nog niet veel in Europa.

Kennedy en Billings hebben ieder hun eigen dagboek en het is een feest om er doorheen te bladeren. Je zou de reis vrij consciëntieus kunnen overdoen: Kennedy’s dagboek wordt online aangeboden door de Kennedy Library, voor dat van Billings zul je naar hun archief in Boston moeten. Ga vervolgens gewapend met de foto’s uit 1937 en neem precies dezelfde in ons verenigde Europa van de 21e eeuw: volgens mij heb je de tijd van je leven.

Het wordt een onvergetelijke reis. In hun eerste week proeven ze van het Franse landschap en overnachten ze onder meer Rouen en Reims. De kathedralen maken veel indruk. Bij het Amerikaanse oorlogsmonument in Chateau-Thierry staan ze stil bij de vele slachtoffers. Ze arriveren er na sluitingstijd en klimmen over een hek, niet veel later komen ze erachter dat een grote waakhond het daar niet zo mee eens is. De heren zijn geïnteresseerd in de sociale structuren, politieke stelsels en in de plaatselijke schoonheden. Billings weet veel van architectuur en kunst, Kennedy wil overal horen wat Fransen van Roosevelt vinden en van de dreigende oorlog. In Parijs blijven ze meerdere dagen. Ze bezoeken er de belangrijkste bezienswaardigheden en zijn op de Wereldtentoonstelling geïmponeerd door militaire vliegtuigen. Kennedy gaat naar de bioscoop met een meisje dat hij leerde kennen op het schip, de vrienden dansen en zingen op de nationale feestdag op 14 juli en drinken liters champagne in Harry’s Bar, nog steeds te vinden in de Rue Daunou.

De reis gaat verder. Versailles, Chartres, Orléans, het Château de Chambord, Amboise, Chenonceaux, Angoulême. Rijden, indrukken opdoen, mensen ontmoeten, feesten. En dan rijden ze in Kennedy’s snelle tempo naar het zuiden, op een kilometer of tien van de Spaanse grens. In St.-Jean de Luz hebben ze een luxe accommodatie: de villa van familie van een studiegenoot. Ze spelen tennis en jeu de boules, ’s avonds kijken ze naar films. Kennedy leest ook serieuze boeken over de situatie in Europa: over onder meer de opkomst van fascisten en de nationaalsocialisten en over de oorlog die Franco voert in Spanje. “De mensen kunnen wreed zijn hier”, schrijft hij in zijn dagboek. Dan doelt hij ook op de stierenvechters die hij heeft gezien in het nabijgelegen Biarritz. “Walgelijk.” Volgende stops: Lourdes, Toulouse en de ommuurde stad Carcassonne. Billings plakt in zijn dagboek een huiveringwekkende foto van de toekomstige president, die over de leuning is geklommen en aan zijn vingers boven een zeventien meter diepe drooggelegde gracht hangt (foto). Daar staan de Kennedy’s nog steeds om bekend: het zijn waaghalzen. Op 30 juli bereiken ze ten slotte Cannes, aan de Côte d’Azur.

Italië binnenkomen is een bureaucratische beproeving. Als ze eindelijk verder kunnen reizen, vergapen ze zich in Milaan aan de vele beeltenissen van Mussolini. Na Piacenza nemen ze twee jonge Duitsers mee op de achterbank. Ze bezoeken met zijn vieren Pisa en maken de foto’s die iedere toerist daar maakt – alsof je de scheve toren tegenhoudt bij zijn val. In Rome nemen ze afscheid van de lifters en hangen ze flink de toerist uit, in het Vaticaan hebben ze een privé-audiëntie met kardinaal Pacelli, de latere paus Pius XII – een kennis van Jacks ouders. Als ze vervolgens doorrijden naar Napels, nemen ze opnieuw twee Duitse lifters mee. Ditmaal gaat het om soldaten. De vier mannen rijden die dag de Vesuvius op en vinden na lang zoeken een slaapplaats. De Duitsers overnachten in de auto, Billings krijgt de laatste kamer van het hotel en Kennedy slaapt bij een kamermeisje. Baas boven baas. Ze ontmoeten hier ook de Italiaanse correspondent van The New York Times en spreken met hem over de spanningen in Europa. ’s Avonds zijn beide Amerikanen succesvol bij de andere sekse, na een leuke avond in een nachtclub.

Ze beleven weinig plezier aan Florence en genieten van Venetië – en dan is het tijd om Italië te verlaten. Billings zit steeds vaker achter het stuur. Kennedy heeft zijn hele leven last gehad van talloze kwalen, maar nooit van zijn rug. Het ongemak begint deze trip en neemt heftige vormen aan; hij zal er vervolgens de rest van zijn leven last van blijven ondervinden.

Met een vrouwelijke liftster reizen ze over de Brennerpas naar het Oostenrijkse Innsbruck. Ze verblijven een nacht in een armoedige jeugdherberg en rijden dan via Garmisch-Partenkirchen (Olympische Winterspelen 1936) door naar München. Je ontkomt er niet aan in deze Zuid-Duitse stad: overal zijn hakenkruizen en portretten van Hitler. Op weg naar Neurenberg (foto helemaal onderin, jonglerend), waar de Führer die week een toespraak zal houden, stuiten ze vervolgens op “de aardigste Duitser die we ooit hebben ontmoet”, een teckel. Het is nog maar een puppy en Kennedy is direct verkocht. Ze betalen acht dollar en noemen het beestje Dunker. Beide Amerikanen gaan er trots mee op de foto. Ze willen zelfs nog een speelkameraadje kopen, maar geen andere teckel kan tippen aan Dunker. De bekleding van de Ford zit snel vol bruine vlekken en de urinelucht is niet te harden, maar Kennedy en Billings winden zich er geen moment over op. Jack heeft sowieso andere zaken om zich druk over te maken. Zijn rugpijn wordt steeds heviger en daarnaast is hij plotseling ook enorm verkouden.

Op naar Nederland

Op zondag 22 augustus 1937 worden ze wakker in Keulen. Ze bezoeken er een mis in de gotische kathedraal en reizen erna naar Doorn, waar dan de voormalige Duitse keizer Wilhelm II woont. Het landgoed is omgeven door prikkeldraad. Via Utrecht gaan ze naar Amsterdam. Kennedy vindt in zijn dagboek onze snelwegen de beste ter wereld en grapt dat de Nederlanders allemaal op Bernhard en Juliana lijken – de twee zijn een half jaar eerder getrouwd. Onze wegenbelasting noemt hij een beter alternatief dan de toeslag op de benzine zoals ze die in de VS kennen. Het duo slaapt in Amsterdam, de overnachting kost twee gulden.

Over de volgende dag schrijft Kennedy: “Langs het museum geweest en Rembrandts beroemde Nachtwacht gezien, dat zo’n interessante historie heeft.” In onze hoofdstad bezoekt hij ook een arts. JFK blijkt allergisch te zijn voor hondenhuidschilfers. Dunker is de oorzaak van zijn gesnotter en ze zullen van hem af moeten. Ze reizen door naar Den Haag, waar ze de teckel voor vijf gulden verkopen aan een man die ze ontmoeten bij de American Express in het centrum. Het doet pijn aan hun hart. Nog eenmaal poseren ze met het hondje, zittend op het spatbord van de Ford, voor Sociëteit De Witte aan het Plein (zie foto hieronder). Voor beiden blijft het hondje altijd een symbool van hun vooroorlogse Europese avontuur.

John F. Kennedy in NederlandZe overnachtten in hotel-restaurant Elim, van het Leger des Heils, aan de Wagenstraat 119. De nacht kost slechts 40 cent. Een Britse student geeft ze de dag erna een rondleiding, maar Jack en Lem vinden Den Haag maar saai. Op een foto zien we het monument voor koningin Emma, aan het Jozef Israëlsplein: onduidelijk is wat ze hier in godsnaam te zoeken hadden. Ze zijn die dag ook in Scheveningen, waar ze zich op de Vissershavenweg laten fotograferen met een vrouw in klederdracht. Een vrouw en twee kinderen passeren op de foto (zie helemaal boven). Onderzoeker Michiel Hegener, die de exacte locatie van de foto vond, heeft in 2017 nog geprobeerd achter de identiteit van de Nederlanders te komen – helaas vruchteloos.

Terug naar huis

De trip komt nu bijna tot een einde. Via Gent snellen ze naar Calais, waar ze de veerboot naar Engeland nemen. In Londen trekken ze in een goedkoop pension op Talbot Square, in de wijk Paddington. Voor Kennedy is het leed nog niet helemaal voorbij: hij heeft plotseling netelroos. Vier verschillende dokters worden er opgeroepen totdat uiteindelijk de jeukende huiduitslag verdwijnt. En dan is er nog een laatste trip om de reis goed af te sluiten. Billings en Kennedy trekken naar Schotland. Ze bezoeken er de eigenaar van Haig & Haig, het whiskeymerk waarvan vader Joe Kennedy de exclusieve exportrechten heeft. Ze eten er heerlijke maaltijden en gaan samen met de excentrieke zakenman jagen.

Op het schip terug naar huis ontmoeten ze een Nederlandse worstelkampioen van 140 kilo. Kennedy schept op over het worstelverleden van zijn vriend, en Billings ontkomt er niet aan om vervolgens iedere dag te trainen met de Nederlander – Kennedy fungeert als scheidsrechter. Lem is de flauwste niet, maar zal stiekem blij zijn als op 16 september de Amerikaanse kust opdoemt. “Het was een heerlijke trip”, schrijft hij. “Ik vind het erg jammer dat het voorbij is.”

Kennedy zou nog een keer door Europa reizen vóór de Tweede Wereldoorlog: hij was zelfs nog in Berlijn een week voor Hitler Polen binnenviel. Daarover een andere keer meer.

Mooi artikel op onze site: Alle plekken die ertoe doen in Dallas, waar JFK werd vermoord.
Interessant: Het complete dagboek van Kennedy op de site van de JFK Library.

Alle foto’s op deze pagina zijn van de John F. Kennedy Presidential Library and Museum

JFK in Neurenberg

Perry Vermeulen

Helmond, 1982. De veelzijdigheid, daar zit 't 'm in. De afwisseling tussen enorme vlaktes, kleine dorpen en wereldsteden. De mensen, de cultuur. Op je porch in Mississippi met je biertje en de blues, tussen de mensen op Times Square, genieten van Yosemite Valley. Amerika: ik zou er ieder jaar drie keer heen kunnen gaan. Ik heb nu zeven reizen gemaakt en 35 staten bezocht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Email -- 0 Flares ×