Jan Blaauw: oud-hoofdcommissaris in Amerika

0 Flares 0 Flares ×

Op misdaadgebied was Nederland midden jaren 60 nog zo groen als gras, maar elders in de wereld lag dat al heel anders. Jan Blaauw (1928), op dat moment inspecteur bij de gemeentepolitie Rotterdam, wist één ding zeker: voor het echte werk moest hij eens gaan kijken in Amerika. Op eigen kosten toog hij in 1966 naar Chicago, Kansas City en het hoofdkantoor van de FBI in Washington DC, waar hij J. Edgar Hoover ontmoette. Het was zijn eerste werkbezoek aan Amerika en er zouden er nog ontelbaar veel volgen. Precies vijftig jaar na zijn eerste reis haalt Blaauw, onder meer bekend van zijn vijftien boeken en de succesvolle inmenging in de Puttense Moordzaak, met ons herinneringen op. Over de FBI Academy, valse bekentenissen van een Amerikaanse ter dood veroordeelde, politievrienden in alle windstreken en uiteenlopende onderzoeken. “Ik viel van de ene in de andere verbazing.”

Jan Blaauw – oud-hoofdcommissaris in Amerika

Inhoud

Een politiemuseum op zolder
De eerste studiereis
De tweede reis: de FBI Academy
Genieten van een groot land
Ter dood veroordeeld
Bezigheden in 2016


 

Een politiemuseum op zolder

Hier staan ze bijna allemaal op een rij: de boeken van Jan Blaauw.

Hier staan ze bijna allemaal op een rij: de boeken van Jan Blaauw.

Ik volg landelijke misdaaddossiers al jaren uitvoerig. Iedereen die dat met mij doet, kent Jan Blaauw. Zijn veertigjarige carrière bij de Rotterdamse politie is imposant, hij schopte het van straatagent tot hoofdcommissaris, maar wat hij deed na zijn pensionering is zo mogelijk nog indrukwekkender. Stilzitten en louter genieten van de vrijheid en de kleinkinderen – geen vooruitzicht waar hij blij van werd. Vijfentwintig jaar na zijn afzwaaien staan er vijftien boeken op zijn naam, non-fictie, en zocht hij al diverse malen uitvoerig de publiciteit als hij aanliep tegen dwalingen, leugens en slecht recherchewerk. Hoe waardevol zijn inspanningen waren? Vraag dat maar aan de ‘Twee van Putten’, die zeven jaar lang onschuldig vastzaten voor de verkrachting van en moord op Christel Ambrosius. Vooral dankzij het werk van Blaauw volgde in 2002 eindelijk vrijspraak.

Groot is dan ook mijn respect voor deze politiegigant, die een week voor ons gesprek zijn 88e verjaardag vierde. Op een prachtige lentedag in april stapte ik mijn auto in voor de reis noordwaarts, vergezeld met enkele boeken van zijn hand – natuurlijk ook de autobiografie, Dossier Blaauw (2004). Locatie van het interview: de tussenwoning van Blaauw in Berkel en Rodenrijs, hemelsbreed zo’n zeven kilometer van het Rotterdamse centrum. Hij woont er al sinds 1970.

Jan Blaauw en Peter R. de Vries, in 1998

Jan Blaauw en Peter R. de Vries, in 1998. Foto: ANP/Kippa. 

Blaauw was vooral veel in het nieuws rond de vrijlating van de twee van Putten in 2002 en bij de aanhouding van de werkelijke dader, in 2008. De man die opendoet en hartelijk mijn hand schudt, is alweer een stukje ouder dan de man op mijn netvlies. Van een broze senior is echter geen sprake – hij legt nog regelmatig lange afstanden af per fiets en is ook geestelijk nog zo gezond als een vis. Ik bevind me in een normale woning, zo lijkt het in eerste instantie, maar die indruk verdwijnt bij het betreden van de trap naar de zolder. Als in een werk van M.C. Escher veranderen witte muren in wanden vol onderscheidingen, medailles, herinneringen aan internationale werkbezoeken, foto’s van bijzondere ontmoetingen en nog veel, heel veel meer. Tafeltjes en kasten staan vol met beelden, boeken, dossiermappen en relikwieën, “En bij alles wat je ziet, hoort weer een ander verhaal”. Dit is een politiemuseum, een archief, een bibliotheek, een schatkamer. Jan Blaauw gaat me voor en gaat zitten in zijn schommelstoel bij de immense boekenkast; ik neem tegenover hem plaats.

Jan Blaauw zolder 1 Jan Blaauw zolder 2 Jan Blaauw zolder 3

De eerste studiereis

Vertel eens, hoe herinnert u zich uw eerste weken in Amerika?

Jan Blaauw in Chicago

De demonstratieve mars van de Amerikaanse nazipartij.

“In september 1966 landde ik voor het eerst in Amerika, met mijn vrouw Nelly en ons acht maanden oude dochtertje. Na verschillende ervaringen in Engeland was het mijn wens om ook wat ervaring op te doen in Amerika. Het was een geweldige ervaring die twee maanden duurde. We hebben de reis zelf betaald en ik heb er ook veel verlofdagen voor in moeten leveren, maar we wilden dit gewoon erg graag doen. De eerste stage was in Chicago, een hele goede leerschool. Ik mocht meedraaien met moordonderzoeken, voerde talloze gesprekken met rechercheurs. Neem de achtvoudige moord, gepleegd door Richard Speck – hoe pakte men daar nou zo’n onderzoek aan? Verder nam ik deel aan invallen in drugspanden. Chicago had duizenden verslaafden, Nederland was nog groen als gras. Ik was ooit een luciferdoosje met was hasj tegengekomen, maar verder kenden we dit probleem in eigen land nog helemaal niet. Ik viel van de ene verbazing in de andere. Meteen al de eerste dag was het raak, bij een demonstratieve mars van de Amerikaanse nazipartij van de later doodgeschoten Norman Rockwell . Het leek wel of ik in een film was beland, onvoorstelbaar. De haat tegen alles wat niet blank was. Ik herinner me de walgelijke pamfletten nog goed. En dan de georganiseerde misdaad in Chicago, en het vuurwapenbezit… In meerdere opzichten was het politiewerk in Nederland nog echt veldwachterij, vergeleken met Amerika. Wat dat betreft is onze samenleving flink veranderd. De agressiviteit neemt vormen aan die wij destijds niet voor mogelijk hielden. De wereld is compleet veranderd tijdens mijn leven.”

In meerdere opzichten was het politiewerk in Nederland nog echt veldwachterij, vergeleken met Amerika.

Het bleef die eerste keer niet alleen bij een stage in Chicago.

Jan Blaauw en J. Edgar Hoover

De eerste ontmoeting tussen Jan Blaauw en J. Edgar Hoover; dinsdag 25 oktober 1966.

“Nee. Na een paar weken trokken we naar Kansas City, in Missouri. Hier wilde ik graag iets opsteken van de afdeling Roofovervallen. Dat een Nederlander de moeite nam om daar rond te kijken, vonden ze heel bijzonder. De medewerking was geweldig, je hoorde er helemaal bij. Ik kreeg zelfs een revolver, in ons land volstrekt ondenkbaar. Ook Kansas City was erg leerzaam. De hoofdcommissaris was hier trouwens Clarence Kelley, die later nog FBI-directeur zou worden. Mijn persoonlijke hoogtepunt kwam echter in de laatste week. We sloten onze reis af met enkele dagen in de hoofdstad, waar ik het hoofdkwartier van de FBI zou gaan bezoeken, met onder meer de FBI Academy en het FBI Museum. Waar ik niet op gerekend had, was dat ik al meteen op de eerste dag de lord himself mocht ontmoeten, de almachtige directeur J. Edgar Hoover. De man stond nota bene al aan het hoofd van de FBI toen ik nog geboren moest worden! Mijn vrouw streek direct mijn mooiste pak toen we het hoorden, zelf viel ik bijna van mijn stoel af. Uiteindelijk werd de ontmoeting heel aangenaam. Hij was oprecht geïnteresseerd in de criminaliteit in Nederland. Hij vertelde over de noodzaak tot internationale samenwerking en het verzamelen van criminele informatie; zonder informatie geen macht. Het gesprek duurde ongeveer een half uur. Ik kreeg een gesigneerd boek mee (zie foto’s hieronder), hij kreeg van mij een wapenschildje en een fotoalbum. ’s Avonds werd er in het hotel nog een foto bezorgd van onze ontmoeting. Eén opmerking van Hoover had ik goed in mijn oren geknoopt. Hij noemde de FBI Academy en vroeg terloops of ik er geen interesse in had. Daar had ik natuurlijk wel oren naar!”

Jan Blaauw toont de foto met J. Edgar Hoover Jan Blaauw met het boek dat hij kreeg van J Edgar Hoover Het boek van Jan Blaauw, gesigneerd door J Edgar Hoover

Iedereen kent Hoover van de verhalen, boeken en films. Hoe was uw indruk?

Het gezin Blaauw met J Edgar Hoover in 1971

Het gezin Blaauw met J Edgar Hoover, in 1971.

“Ik vond het geen onaardige man. Indringende maar vriendelijke ogen, oprechte interesse. Ik herinner me zijn stevige handdruk en stemgeluid; dit was duidelijk een man die weinig tegenspraak duldde. Het gesprek verliep vlot, hij was nieuwsgierig naar mij en naar mijn werk. In 1971 ontmoette ik hem nog een keer, toen was mijn gezin erbij. De kinderen mochten hem een handje geven. Al met al was het een indukwekkende ervaring.”

En toen keerde u terug naar huis. Wat leerde u nu vooral van Amerika?
“Op heel veel vlakken lagen ze gewoon mijlenver voor op ons, en dat kwam natuurlijk vooral omdat ze er problemen hadden die wij nog niet kenden. Hoover vroeg me naar georganiseerde criminaliteit in Nederland, ik moest hem uitleggen dat we dat nog helemaal niet hadden. Het waren sowieso gewelddadige jaren in Amerika. John F. Kennedy was net vermoord, in 1968 volgden de moorden op Martin Luther King en Robert F. Kennedy. Ik ben overigens wars van complottheorieën, daar ben ik heel stellig over. Maar goed, ik ging in 1966 met veel dankbaarheid terug naar Nederland en heb de opgedane kennis gedurende mijn hele carrière kunnen benutten. Maar vergis je niet, ik nam ook direct afstand van bepaalde Amerikaanse gebruiken. Hun verhoormethoden bijvoorbeeld, dat martelen… Vreselijk. Hoe dan ook smaakte mijn eerste trip naar de Verenigde Staten naar meer.”

De tweede reis: de FBI Academy

Binnen vijf jaar was u weer terug in de hoofdstad, en nu voor langere tijd.
“Ja. Ik was die opmerking van Hoover dus niet vergeten. Aan de FBI Academy, opgericht in 1935, konden sinds 1962 ook politieambtenaren van bevriende landen worden toegelaten. Dat was tot dan toe slechts één man gelukt, Engelsman Ron Steventon van Scotland Yard. Die man vertelde me er alles over en maakte me enthousiast. Hoewel ik wist dat de kans klein was, omdat ik natuurlijk niet de enige was die zo’n opleiding zou willen, trok ik toch de stoute schoenen aan. Mijn chef ging met burgemeester Thomassen in gesprek en binnen een week kreeg ik groen licht. De gemeente Rotterdam betaalde voor de opleiding, de huisvesting van mijn gezin was natuurlijk voor eigen rekening. Het zou twaalf weken gaan duren en we namen intrek in een leuke flat in Alexandria. En zo kwam ik begin april 1971 in klas 87 van de FBI Academy. De Academy zat toen nog op het hoofdkantoor, zo’n tien kilometer van waar we woonden. Oorspronkelijk wilde ik iedere dag fietsen, net als in Nederland, maar daar kwam ik snel van terug. Het zou gelijk staan aan zelfmoord. Het was echt een geweldige tijd, ook voor de kinderen.”

Hoe zag de opleiding eruit?

Jan Blaauw schiet in Quantico

Jan Blaauw op de schietbaan in Quantico.

“Klas 87 bestond uit twee groepen met in totaal honderd politieofficieren, met naast alle Amerikanen ook nog twee mannen uit Thailand, twee uit de Filippijnen en één uit Liberia. Vrouwen waren er toen nog niet. Het lesprogramma bestond onder meer uit de vakken politiemanagement, criminologie, sociologie, ethiek, georganiseerde criminaliteit, de aanpak van kapitale delicten, relbestrijding en de relatie tussen de politie en de samenleving. Je moest ook een scriptie schrijven; die van mij was geheel gewijd aan de opzet van het moordonderzoek. Om de drie weken was er een tentamen, drie keer per week was er een intensief sportuur. Twee weken lang verbleven we intern op de Amerikaanse mariniersbasis in Quantico, dertig kilometer ten zuiden van Washington DC. Daar was toen de bouw van de nieuwe FBI Academy in volle gang. We kregen hier intensieve schiettraining, met allerlei wapens en uiteenlopende explosieven. De instructeur was de hartelijke FBI-man George Zeiss, die in 1967 nog de moordenaar van Martin Luther King vanuit Londen naar Amerika terugbracht. Ik zal nooit vergeten hoe ik op de eerste training vijf keer het doel enorm miste, daar heeft Zeiss me later nog wel eens aan herinnerd. In Nederland was de vuurwapenopleiding nog op een bedenkelijk niveau, maar hier kreeg je echt een gedegen schutterstraining. En dan te bedenken dat ik die voor mijn werk in Nederland eigenlijk niet eens nodig had…”

U schrijft in uw autobiografie Blaauw vol trots over de diploma-uitreiking.

President Nixon bij de diploma-uitreiking van Jan Blaauw

President Nixon bij de diploma-uitreiking van Jan Blaauw.

“Ja, die dag zal ik nooit vergeten. We keken er allemaal lang naar uit. Het was 30 juni 1971. J. Edgar Hoover zou komen, maar de avond ervoor kregen we te horen dat ook president Nixon zou verschijnen, en minister van Justitie John N. Mitchell. Er ging een groot gejuich op toen we hoorden van het hoge bezoek. Nixon gaf op het grote moment een toespraak (zie foto). Hij prees de FBI en sprak onder meer over de drugsproblematiek in Amerika en over het belang van internationale samenwerking. We kregen allemaal ons diploma en er werd een groepsfoto gemaakt. Een hele bijzondere dag.”

J. Edgar Hoover zou komen, maar de avond ervoor kregen we te horen dat ook president Nixon zou verschijnen.

Hoe belangrijk was de opleiding voor het vervolg van uw carrière?

Jan Blaauw zijn diploma van de FBI Academy

Jan Blaauw zijn diploma van de FBI Academy

“Natuulijk heb ik er veel geleerd, maar zeer waardevol waren met name de contacten die ik er heb opgedaan. Dankzij de FBI Academy kon ik beschikken over een enorm uitgebreid, wereldwijd netwerk. Om de zoveel tijd werd er een nieuw boek gemaakt met alle alumni erin; heel bruikbaar, als ik weer eens een reis ging maken of gewoon iets wilde weten van een zaak in een bepaalde regio. Als ik naar Amerika ging, had ik eigenlijk maar drie dingen nodig: een creditcard, een landkaart en dat register met alle namen van afgestudeerden. Overal had ik ineens vrienden en kennissen. Later kwam er een Europese Afdeling van de Academy, met jaarlijkse opfristrainingen in steeds een ander land. Ik was nog betrokken bij het Nederlandse congres, in juli 1998. En weet je wat me ook zo trots maakt? Mijn zoon Hans kreeg in september 2002 ook zijn FBI-diploma. Ik ben natuurlijk naar zijn diploma-uitreiking gegaan.”

Genieten van een groot land

Uw reizen stonden met name in het teken van werk. Hebben jullie ook genoten van de schoonheid van het land?

Jan Blaauw in Rotterdam, New York

Jan Blaauw in Rotterdam, New York.

“Jazeker, natuurlijk. Ik ben ontelbaar veel in Amerika geweest. De natuur is prachtig. Je komt uit een vlak land, daar heb je ineens prachtige bergketens. Maar ook de musea, de cultuur, de historie… Volgens mij hebben we alle staten uiteindelijk wel gezien. Dat begon al na de FBI Academy. Na de diploma-uitreiking zijn we een maand door de staat New York getrokken. We bezochten de stad Rotterdam, wat voor een Rotterdammer natuurlijk erg bijzonder was. We werden er hartelijk onthaald (zie foto). Met een Finse vrachtboot gingen we vervolgens weer terug naar huis, en ook dat was een unieke ervaring. Later begonnen we onze reizen meestal vanuit Kansas City, lekker centraal in het land. Rijden door staten als Californië en New Mexico, we zijn echt overal doorheen gecrossed. Ik heb daar veel prettige herinneringen aan.”

Ik las in uw autobiografie wel over een afschuwelijke ervaring, in die stad Kansas City.

Virgil H. Hollis met de vrouw van Jan Blaauw

Virgil H. Hollis met Nelly, de vrouw van Jan Blaauw.

“Je doelt op Hollis, dat was inderdaad vreselijk. We waren met het gezin vier weken op vakantie in Amerika, in 1976. We begonnen in Leawood, bij Kansas City, waar we kort verbleven bij mijn vriend Virgil H. Hollis. Hij was eigenaar van een particulier onderzoeksbureau en een groot deskundige op het gebied van de leugendetector. Daarna zijn we rond gaan rijden, en het einde van de reis zouden we weer wat dagen bij Hollis doorbrengen. Maar bij aankomst in Kansas City bleek hij vermoord, op 16 juli. Hij werd slechts 56 jaar oud. Die datum vergeet ik nooit. Dader en motief zijn altijd onbekend gebleven. Ik herinner me nog hoe mijn kinderen reageerden op dat nieuws. We waren er allemaal flink van ontdaan.”

Ter dood veroordeeld

Terugkijkend heeft u erg veel meegemaakt aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, zowel voor als na uw pensionering.

Earl Lee, vriend van Jan Blaauw

Earl Lee, vriend van Jan Blaauw.

“Ik ben er altijd veel blijven komen. Maar dat is wel verleden tijd hoor, nu heb ik er weinig meer te zoeken. Met enkele bekenden heb ik nog contact via e-mail. Ik had dankzij de FBI Academy overal vrienden. Mijn klasgenoten Earl Lee en Ron Angel bijvoorbeeld, beiden uit Georgia. Ze waren even landelijk in het nieuws in 1974. toen het bij het transport van een gevangene bijna verkeerd afliep. Door optreden van Angel was het uiteindelijk de gevangene die met één kordaat schot overleed. Earl Lee was een sheriff met enkele interessante ervaringen. Zoals die keer toen hij midden in de nacht naar een sterfbed werd geroepen, waar een crimineel hem toefluisterde: ‘Als ik dit overleef, ga ik je vermoorden.’ En die keer dat hij in de gevangenis van Jackson, Georgia, een vriendschappelijke band ontwikkelde met de ter dood veroordeelde meervoudige moordenaar Billy Sunday Birt, en hem zelfs ongeboeid naar een kerk bracht zodat hij kon worden gedoopt – hij zou tot inkeer gekomen zijn. Dat leverde natuurlijk een hoop gedonder op. Het was september 1992. Vier dagen na die controversiële doop was ik te gast bij Earl Lee. Ik kwam op het idee om Birt te interviewen. Die stond daar helemaal niet op te wachten, maar uiteindelijk lukte het mij. De huurmoordenaar sprak honderduit over zijn daden en zijn mening over de doodstraf. Ik kreeg een jaar later nog eens een brief van hem. Jaren later kreeg hij gratie en werd zijn straf omgezet in levenslang. De laatste keer dat ik mijn vriend Earl Lee bezocht, was in april 1998. In oktober dat jaar overleed hij in een ziekenhuis in Atlanta.”

Birt was niet de enige ter dood veroordeelde die op uw pad kwam.

Jan Blaauw en Henri Lee Lucas

Jan Blaauw en Henri Lee Lucas, in 1997.

“In 1996 werd ik attent gemaakt op seriemoordenaar Henri Lee Lucas, die in de dodencel zat in Huntsville, Texas. Medio jaren 80 bekende hij zo’n 350 moorden te hebben gepleegd. Ik deed het nodige dossieronderzoek in Texas en West-Virginia, sprak met politiemensen en officieren van Justitie en kreeg toestemming om Lucas in zijn dodencel op te zoeken. Binnen anderhalf jaar interviewde ik hem drie keer – Lucas had inmiddels al zijn bekentenissen weer ingetrokken. Mijn bevindingen verschenen in het boek Henry Lee Lucas; feiten en fictie over Amerika’s grootste seriemoordenaar (1999). Ja, hij was een moordenaar, maar het waren er zeker geen 350. Hij is eerder een serieleugenaar dan een seriemoordenaar, luidde mijn conclusie. Van de in totaal tien moorden waarvoor hij werd veroordeeld, heeft hij er wat mij betreft ‘slechts’ twee zeker gepleegd. Lucas werd later overigens de enige ter dood veroordeelde moordenaar die onder het bewind van de toenmalige gouverneur, George W. Bush, gratie kreeg. Hij stierf in gevangenschap in 2001.”

En dan is er nog het boek waarin u 32 moordzaken beschrijft waarbij de doodstraf werd opgelegd.
Texas Dodencel Nr. 1 heet het. Ik duik daarin in de belevingswereld van veroordeelden, nabestaanden, slachtoffers en andere betrokkenen. Ik ben zeer gefascineerd door de doodstraf en de effecten ervan. Een aantal van de veroordeelden die ik sprak, wachtte al twintig jaar of zelfs langer op de voltrekking van zijn vonnis. Afschrikwekkend.”

Hoe komt het nou dergelijke criminelen zo openhartig zijn als u tegenover hen gaat zitten?
“Ach, weet je wat het is… Je moet een beetje komedie spelen. Natuurlijk walg ik van die rotmoorden, maar tegenover hen sla je een andere toon aan. Je toont interesse, vraagt naar de gezondheid en andere zaken. Op een gegeven moment wek je zelfs een zekere mate van bewondering op, want daar zijn ze gevoelig voor. Dan voelen ze zich vereerd en word je ineens een interessante gesprekspartner. En dan ineens gaan ze praten.”

Bezigheden in 2016

Over twee jaar bent u alweer dertig jaar met pensioen. U heeft inmiddels de respectabele leeftijd van 88 jaar. Hoe ziet uw leven er nu uit?

Jan Blaauw achter zijn computer

Jan Blaauw achter zijn computer.

“Ik heb nooit stilgezeten. De geraniums, dat was niets voor mij. Op dit moment ben ik bezig aan mijn zestiende boek. Allemaal non-fictie; ik heb geen belangstelling voor verzonnen verhalen, zoals Appie Baantjer ze bijvoorbeeld schreef. Ik zit bijna dagelijks opgesloten op zolder, om te schrijven. Maar een boek komt niet tot stand achter je computer. Research, archieven afstropen, ontdekken: ik vind het nog steeds erg leuk.”

Kunnen we nog een boek verwachten over een geruchtmakend Nederlands dossier?

“Ik denk het niet. Ik zie mezelf niet meer zo actief in een politiedossier duiken. Al zou ik het nog wel kunnen, godzijdank. Mijn vertier zit hem nu met name in research en schrijven. Ach, ik ben zo dankbaar voor mijn tweede carrière. Ik heb altijd veel plezier gehad in schrijven, als scholier al. Zolang ik het kan, blijf ik het doen.”

En verder? Wat doet u nog meer buiten uw schrijfwerk?

Jan Blaauw en familie in Sulawesi

Jan Blaauw en familie in Sulawesi.

“Ik heb het altijd erg belangrijk gevonden om het geestelijke en lichamelijke in balans te houden. Ik heb altijd veel gefietst, door heel Europa. En nu nog pak ik regelmatig de fiets. Dan rijd ik langs de Rotte en tel ik bij thuiskomst toch al gauw veertig kilometer op de teller. Goed om te doen. Voor het lichaam, maar ook voor de geest. Op de fiets kom ik regelmatig op ideeën en oplossingen, dat was ook al zo tijdens mijn carrière bij de politie. We hebben daarnaast altijd veel gereisd met de familie, zijn overal geweest. In Sulawesi hadden we jarenlang een pleegkind. Ik denk met hele warme gevoelens terug aan ons bezoek aan dat Indonesische eiland. We hebben de kinderen altijd willen laten zien wat er allemaal te zien is in de wereld. En dan heb ik het ook over de minder mooier kanten, zoals armoede. Over familie gesproken: het zou zomaar kunnen dat er zich binnenkort een vierde generatie Blaauw bij de politie aandient. Ik heb drie kleinkinderen, een tweeling van 15 en de oudste is 18. Ik weet nog goed dat ik ze mocht helpen bij spreekbeurten over de FBI enzo. Erg leuk om te doen. Ze zijn trots op hun opa.”

Alle boeken van Jan Blaauw op een rijtje

Alle boeken van Jan Blaauw op een rijtje.

Author: Perry Vermeulen

Helmond, 1982. De veelzijdigheid, daar zit 't 'm in. De afwisseling tussen enorme vlaktes, kleine dorpen en wereldsteden. De mensen, de cultuur. Op je porch in Mississippi met je biertje en de blues, tussen de mensen op Times Square, genieten van Yosemite Valley. Amerika: ik zou er ieder jaar drie keer heen kunnen gaan. In de zomer van 2016 ga ik er voor de vijfde keer heen; dan heb ik zo'n 30 staten gezien.

Share This Post On

1 Comment

  1. Kunt u mij het mailadres van oud commissaris Jan Blaauw geven?
    Bij voorbaat dank.
    Vrindelijke groet, Drs Job Catshoek

    Post a Reply

Submit a Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

0 Flares Twitter 0 Facebook 0 Email -- 0 Flares ×